De grijze man met de rode schoenen
In het verpleeghuis waar ik werk weten bewoners vaak twee dingen van mij: Eén: ik loop altijd op rode schoenen. Twee: ik ben bijna altijd opgewekt. Dat eerste maakt me herkenbaar op de gang. “Daar heb je die broeder met de rode schoenen weer,” hoor ik regelmatig. Dat tweede… tja, dat is een beetje ingewikkelder. De grijze man met de rode schoenen is zeker niet stoffig.
Ik ben net 58 jaar geworden en pas op mijn 50ste aan de opleiding verpleegkundige begonnen. Daarvoor leidde ik bijna twintig jaar lang namens mijn werkgever grote projecten in het bedrijfsleven en ministeries. Vergaderzalen, deadlines, spreadsheets waar je duizelig van werd. Lange reistijden, hotels, soms vliegtuigen, maar vooral lange werkdagen. Zelfs op vakantie ging de telefoon en laptop mee.
Als iemand mij toen had verteld dat ik later in een verpleeghuis steunkousen zou aantrekken en katheters zou zetten bij oude mannen en vrouwen, had ik waarschijnlijk hard gelachen. En toch gebeurde het. Achteraf gezien was het misschien wel de beste beslissing van mijn leven. Ik heb dat al eens eerder beschreven op deze website.
Projectmatige uitdagingen
Projectmanagement gebruik ik trouwens nog elke dag. Alleen zijn de projecten nu iets anders. Een ochtenddienst met twee zieken, een pittige overdracht van de nachtdienst, ongeduldige bewoners en een bewoner die haar kunstgebit achter het bed heeft verstopt… dat is ook een vorm van projectmatige uitdagingen.
Mijn rode schoenen helpen trouwens enorm. Bewoners herkennen me van een afstand. “Ah, daar is mijn altijd opgewekte verpleegkundige weer,” zei een bewoner laatst. Daar moet ik altijd een beetje om lachen. Niet omdat het niet gemeend is, integendeel, maar omdat bewoners vaak alleen de buitenkant zien. De vrolijke man die altijd wel even tijd lijkt te hebben. En eerlijk is eerlijk: die tijd maak ik ook. Al is het soms maar een minuut. Even een hand vasthouden, even luisteren naar een verhaal dat al drie keer verteld is, even een grapje. Die kleine momenten maken het verschil.
Lachen door je tranen heen
Wat weinig mensen weten, is dat achter die vrolijke man met de rode schoenen ook gewoon een mens zit. Met zijn eigen verhaal. Zijn eigen zorgen. Zijn eigen verdriet. Mijn lievelingsoom zei vroeger altijd:
“Lachen door je tranen heen” Een mooie zin. En ergens heb ik hem in de loop van de jaren misschien iets té goed geleerd.
Ik heb een soort spel van maskers ontwikkeld in de afgelopen periode. Niet bewust maar dat groeit gewoon, al dan niet gedwongen door de omstandigheden waarin ik nu verkeer. Op de werkvloer laat je het zware niet zien. Dat helpt niemand. Niet je collega’s, niet je bewoners. Dus lach je, maak je een geintje, en loop je weer door naar de volgende etage. En eerlijk gezegd werkt het nog ook. Want zorgen voor anderen geeft me energie. Dat is ook precies waarom ik ooit de overstap naar de ouderenzorg maakte. Het voelt nog steeds als een gouden greep.
Maar het leven buiten het verpleeghuis is soms wat stiller en complexer. Ik woon inmiddels bijna 3 jaar alleen. Mijn moeder woont nog zelfstandig maar wordt kwetsbaarder. Mijn vader woont inmiddels al maanden in een ander verpleeghuis. Daarnaast ben ik mantelzorger voor twee, soms drie, goede vrienden. Het is soms een beetje een logistiek project op zich. Maar uiteindelijk kom ik alleen thuis, alleen eten, alleen proberen te slapen en dan vervolgens weer alleen wakker worden in een stil huis. Maar daar hoor je mij eigenlijk zelden over. Net als al die andere zaken die mij nu bezighouden en veel verdriet geven. Niet omdat het er niet is, maar omdat ik hier nu even voor gekozen heb om mezelf te beschermen. Ik schrijf er inmiddels nu wel een boek over. Deels voor mezelf, deels voor mijn kinderen maar ook voor ‘de buitenwacht’ om ooit mijn verhaal eens te kunnen doen.
Een luisterend oor
Ik ben gewend om voor anderen te zorgen. In het verpleeghuis, maar eigenlijk overal. Niet alleen voor de bewoners en hun familieleden, ook collega’s weten me altijd wel te vinden als ze even hun verhaal, frustratie of verdriet kwijt moeten. Het bekende luisterend oor aanbieden. Collega’s hebben daar schijnbaar een zesde zintuig voor. Die zien op mijn voorhoofd nog de ouderwetse benaming RIAGG staan. Soms maak ik een rondje door de tuin met een collega die even haar verhaal kwijt moet. Soms is het een knuffel en soms een klein advies. Er voor iemand kunnen zijn is dankbaar.
Misschien ben ik wel een beetje te zacht. Die vraag stel ik mezelf ook wel eens. Moet ik strenger zijn? Harder? Zakelijker? Maar uiteindelijk kom ik toch altijd weer bij hetzelfde uit: mijn zachtaardigheid is gewoon wie ik ben. Empathisch is misschien het beste woord. En eigenlijk ben ik daar ook best trots op. Anderen mogen daar soms misschien wat van vinden maar ik blijf bij mezelf. Dat leerpunt heb ik inmiddels wel bereikt.
De kleine dingen
De werkdruk in een verpleeghuis is hoog, dat weet iedereen in de zorg. Vier keer negen uur werken in een week en daarnaast nog mantelzorg… het kost energie. Mijn batterij zal waarschijnlijk nooit meer voor honderd procent opgeladen zijn, maar gelukkig is hij ook nog nooit echt leeg geweest. Want energie zit soms in kleine dingen. Een bewoner die naar je zwaait, een collega die opgelucht ademhaalt na een gesprek of een geintje op de gang. Het zijn de kleine dingen in het leven die ertoe doen.
Dus morgen trek ik gewoon weer mijn rode schoenen aan, loop ik weer het verpleeghuis binnen en hoor ik waarschijnlijk weer: “Daar heb je die opgewekte man weer.” Dat is helemaal prima. Want werken in de ouderenzorg is misschien zwaar… maar het is ook ongelooflijk dankbaar. Ook voor mezelf. Even niet aan andere dingen denken die chaos in mijn hoofd veroorzaken, die mij verdriet doen of gedaan hebben. Gewoon aan het werk. Er valt altijd weer genoeg te doen. De grijze man met de rode schoenen is dan weer present!

